To work or not to work? Lessen van Diderot

Afscheidscolumn van Philip Post – stagiair WRR

Vandaag de dag horen we steeds meer geluiden over een toekomst waarin werk een veel minder centrale rol in ons leven zou kunnen spelen. Dankzij complexe algoritmes en slimme robots, wordt het wellicht mogelijk dat een groot deel van de arbeid door machines wordt overgenomen. Een denker die al in de 18e eeuw nadacht over de kansen en risico’s van een samenleving waarin werk geen centrale rol meer speelde, was de Fransman Denis Diderot (1713-1784). In zijn oeuvre zien we een spanning terug waar we al snel mee te maken zouden kunnen hebben. Deze spanning houdt in dat werk aan de ene kant iets is dat we tot een minimum zouden moeten beperken, maar dat het aan de andere kant bepalend is voor de ontwikkeling van iemands vaardigheden en karakter.
De visie dat werk een noodzakelijke activiteit is waar we in feite zo min mogelijk tijd aan zouden moeten besteden, komt naar voren in het Supplément au voyage de Bougainville (1772). Deze tekst bestaat uit gesprekken die plaatsvinden tussen de inwoners van Tahiti en enkele Europese scheepvaarders die voet zetten op het eiland. Diderot beschrijft hoe werk daar een noodzakelijke activiteit is die de mens in staat stelt om aan bepaalde behoeften te voldoen. Werk wordt gezien als iets dat een goed leven mogelijk maakt, het is absoluut geen doel op zich. Een van de eilandbewoners verklaart dan ook stellig in een gesprek met een van de Europeanen dat:

“we have no wish to exchange what you call our ignorance for your useless knowledge. Everything that we need and is good for us we already possess. Do we merit contempt because we have not learnt how to acquire superfluous needs? When we are hungry, we have enough to eat. When we are cold, we have enough to wear. You have entered our huts; what do you suppose we lack?”.(1)

Dit citaat maakt duidelijk dat arbeid vooral dient om te voorzien in bepaalde basale behoeften, maar dat het voor de eilandbewoners onzinnig is om te blijven werken om te kunnen profiteren van allerlei ‘overbodige behoeften’. De eilandbewoner vervolgt dan ook door zich af te vragen wanneer men überhaupt tijd heeft om te genieten als men constant overbodige behoeften moet najagen. Hij stelt: “We have kept our annual and daily labours within the smallest possible limits, because in our eyes nothing is better than rest”.(2) Werk is in deze visie iets waar we vooral zo min mogelijk tijd aan zouden moeten besteden.
Maar op andere plekken in Diderots oeuvre komt juist naar voren dat werk ontzettend belangrijk is voor de ontwikkeling van je eigen competenties. Deels gaat het hierbij om het aanleren van vaardigheden die je in staat stellen om een bepaald beroep uit te oefenen. Zo schrijft hij dat “in every art there are many particulars concernings its material, its instruments, and its application which can only be learned through practice”. Het onder de knie krijgen van een ambacht gebeurt niet in een paar dagen, maar vraagt om een lange periode van toewijding, waarin door constant vallen en weer opstaan men uiteindelijk de complexiteit van een vak beheerst en zo zijn eigen talenten ontwikkelt. Bovendien: door werk vorm je ook je eigen karakter en leer je allerlei sociale vaardigheden. Dit sluit goed aan bij de opvattingen van Diderots tijdgenoot Jean-Jacques Rousseau. Volgens hem was het doel van arbeid niet alleen zelf iets te creëren, maar vooral ook om zelf iets te worden. Het leren van een ambacht stelt je niet alleen in een staat om een bepaalde techniek en methode te beheersen, maar stimuleert ook de sociale en morele ontwikkeling van een individu.

Bovenstaande maakt duidelijk dat Diderot een ambïgue houding ten opzichte van de functie van werk heeft. Aan de ene kant is het een activiteit die we alleen maar uitvoeren omdat hij hoogst noodzakelijk is, en die we daarom tot een minimum zouden moeten beperken. Maar aan de andere kant maakt een bestudering van Diderots oeuvre duidelijk dat werk altijd ook andere functies heeft gehad, het draagt ook bij aan de ontwikkeling van iemands vaardigheden en sociale capaciteiten. Dankzij steeds sneller gaande technologische ontwikkelingen, is het wellicht denkbaar dat we steeds minder hoeven te werken om in onze behoeften te voorzien. Het bestuderen van het oeuvre van een denker als Diderot kan ons, bij het nadenken over de Toekomst van werk, gevoelig maken voor de vele functies die arbeid altijd al heeft gehad. En het zet aan na te denken over nieuwe activiteiten waarin de verschillende functies van werk terugkomen.

Noten:
(1) Denis Diderot (1992) Diderot. Political Writings, redactie John Hope Mason en Robert Wokler, p. 43
(2) Ibid.

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink .

Geef een reactie - uw reactie wordt naar een WRR-e-mail-adres gestuurd, van daaruit krijgt u antwoord.

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s