Omgang met Midden- en Oost-Europese migranten

Laura Mulder, stagiaire WRR

Sinds de uitbreiding van de EU in 2004 en 2007 en het wegvallen van de tewerkstellingsvergunning in respectievelijk 2007 en 2014, hebben substantiële groepen Midden- en Oost-Europese arbeidsmigranten zich gevestigd in Nederland. In het kader van het project ‘Migratiediversiteit’ is de WRR in gesprek gegaan met verschillende organisaties die te maken krijgen met deze arbeidsmigranten. Zo hebben wij gesproken met uitzendbureaus, werkgevers, maatschappelijke organisaties, de gemeente Westland en een basisschool. Tijdens de gesprekken is voornamelijk stil gestaan bij de knelpunten en kansen die de organisaties ervaren bij de komst en aanwezigheid van (arbeids-)migranten uit Midden- en Oost-Europa. In deze blog brengen wij u op de hoogte van enkele belangrijke punten die aan bod zijn gekomen.

OTTO Workforce

Met Frank van Gool (directeur van het uitzendbureau OTTO Workforce) hebben wij gesproken over de kansen en knelpunten rond de werving van arbeidsmigranten. OTTO Workforce vult arbeidstekorten in het ene land aan met arbeidsoverschotten in een ander land en is inmiddels één van de grootste internationale arbeidsbemiddelaars in Europa. OTTO Workforce is met name actief in Nederland, Duitsland en Polen, maar heeft ook vestigingen in andere Midden- en Oost-Europese landen. In anticipatie op mogelijk toekomstige wervingsproblemen oriënteert OTTO Workforce zich momenteel op andere potentiele wervingsgebieden Door de sterke economische groei in Polen is de aanbodzijde namelijk aan het opdrogen en zijn er zelfs in Polen arbeidstekorten ontstaan. In de afweging om zich op specifieke landen te richten wordt er rekening gehouden met verschillen en overeenkomsten op het gebied van cultuur, taal, arbeidsethos en economie. OTTO Workforce richt zich echter ook op (arbeids-)migranten die zich reeds binnen de landsgrenzen begeven. Momenteel wordt 40% van de arbeidsplaatsen gevuld met Midden- en Oost-Europese migranten die al in Nederland zijn. Ook zou OTTO Workforce graag statushouders inzetten. Het voordeel is dat zij al in Nederland zijn en er uiteindelijk zal worden bespaard op de kosten voor de bijstand.

Gemeente Westland

De arbeidsmigranten die door verschillende uitzendbureaus worden geworven of op eigen gelegenheid komen, vestigen zich voor kortere of langere periode in Nederland. Vaak is echter onduidelijk om hoeveel arbeidsmigranten het gaat en waar zij precies wonen. Dit vormt een probleem voor gemeenten, omdat zij hierdoor lastiger kunnen handhaven en gemeentelijke belastingen niet kunnen innen. Een goede registratie is daarom essentieel. Dit thema stond centraal in ons gesprek met Arne Weverling (wethouder) en Anna Jansen (senior-adviseur Dienstverlening en Arbeidsmigratie) van de gemeente Westland.

De gemeente Westland is een voorloper op het gebied van het registreren en informeren van arbeidsmigranten. In 2012 heeft de gemeente bijvoorbeeld een speciaal Informatiepunt Arbeidsmigranten (IPA) opgericht en in 2014 de ‘Best Gejat Prijs’ gewonnen voor de procedure versnelde groepsinschrijving van arbeidsmigranten, die door veel gemeenten wordt ‘gejat’ . Ook is de gemeente actief bij de totstandkoming van nieuwe wet- en regelgeving. Momenteel dient een migrant zich direct na aankomst in te schrijven bij de Registratie Niet-Ingezetenen (RNI) om een BSN-nummer te krijgen en te kunnen werken. Hierbij wordt alleen het woonadres buiten Nederland geregistreerd. Pas als een migrant langer dan vier maanden in Nederland verblijft, dient hij of zij zich in te schrijven bij de Basis Registratie Personen (BRP) als ingezetene en wordt het actuele verblijfsadres bijgehouden. De gemeente Westland wil echter eerder zicht hebben op waar de migranten wonen. Zij heeft daarom samen met de gemeenten Rotterdam en Den Haag de pilot Registratie Eerste Verblijfsadres (REVA) in het leven geroepen, waarbij tegelijkertijd met de RNI het eerste verblijfsadres wordt geregistreerd. Aangezien de gemeente met de REVA nog steeds niet het actuele verblijfsadres van migranten weet, pleit zij voor de Registratie Actueel Verblijfsadres (RAVA). Kortom, de gemeente Westland wil een eerdere en actuelere inschrijving.

Stichting IDHEM

Een goede registratie is echter maar het halve werk. Met Stichting IDHEM spraken wij over hoe migranten het beste geïnformeerd kunnen worden over allerlei praktische zaken die van belang zijn bij hun aankomst en verdere integratie in de maatschappij. Stichting IDHEM richt zich zowel op Midden- en Oost-Europese migranten als op professionele en maatschappelijke organisaties die te maken hebben met Midden- en Oost-Europese migranten. Door de migranten te informeren en te adviseren probeert Stichting IDHEM de zelfredzaamheid en integratie te bevorderen. Hiertoe heeft de gemeente Den Haag, in navolging van de gemeente Westland, in 2014 het Informatiecentrum EU-arbeidsmigranten geopend. Het informatiecentrum wordt door vrijwilligers van Stichting IDHEM beheerd, die Midden- en Oost-Europese migranten in hun eigen taal kunnen informeren over praktische zaken omtrent wonen en werken. Daarnaast organiseert Stichting IDHEM sollicitatietrainingen en workshops om de Nederlandse cultuur beter te leren kennen.

Werkgevers & uitzendbureaus Westland

Vaak wordt gezegd dat werken het beste middel voor integratie is. Het hebben van arbeid is van belang voor de participatie en zelfredzaamheid. Veel Midden-en Oost-Europese migranten komen speciaal naar Nederland om te werken, waarvan een deel terecht komt in de glastuinbouw. Wij hebben met enkele werkgevers (Prominent telers: Hans van der Voort, Eric Zwinkels en Nic Groenmeijer) en uitzendbureaus (Jeroen van Leeuwen van NL Jobs, Frans van der Lugt van Westflex, Michael Mostert en Arie de Bruine van Tradiro) uit het Westland gesproken over de regelgeving omtrent seizoensarbeid en arbeidsmigranten. Tijdens dit gesprek uitten de werkgevers de belangrijkste knelpunten met betrekking tot de regelgeving, die volgens hen steeds minder aansluit op de realiteit van seizoensarbeid. Zo zou de Wet werk en zekerheid (WWZ) juist een averechts effect hebben. Door de transitievergoeding, de aanpassing van de periode waarna een vast contract moet worden aangeboden van 3 naar 2 jaar, en de ‘reset-periode’ van 3 naar 6 maanden, worden flexwerkers eerder ontslagen dan dat zij vast werk krijgen. De werkgevers zouden graag zien dat er in de cao aparte regels voor seizoensarbeid worden opgenomen.

Verder heeft ook de Wet aanpak schijnconstructies (WAS) nadelige effecten, doordat werkgevers geen kosten (bijv. huisvesting, zorgverzekering, vervoer) meer mogen inhouden op het salaris. Allereerst verdwijnt het controlemechanisme omdat op de salarisstrook niet meer zichtbaar is waar iemand woont en hoeveel hij of zij daar voor betaalt. Hierdoor zullen arbeidsmigranten meer te maken krijgen met huisjesmelkers, waardoor de oude toestanden rond uitbuiting zullen terugkeren. Door het verbod op inhoudingen ontstaat er daarnaast een debiteurenrisico voor werkgevers die tevens huisvesting aanbieden. Over het algemeen wordt namelijk het salaris per week uitbetaald, terwijl de huur per maand wordt geïnd. Ook zou het zwarte geld circuit door het verbod op inhoudingen worden vergroot.

Basisschool de Regenboog

Naast het hebben van werk, is het spreken van de Nederlandse taal van belang voor integratie. Scholen waarbij migrantenkinderen staan ingeschreven, krijgen te maken met kinderen en ouders die de Nederlandse taal niet (goed) spreken. Een voorbeeld is basisschool de Regenboog, waarvan inmiddels 28% van de leerlingen uit Midden- en Oost-Europa komt. Wij spraken hierover met Manuel Veira (directeur van de Regenboog). Aangezien Midden- en Oost-Europese migrantenkinderen over het algemeen geen of gebrekkig Nederlands spreken, heeft de Regenboog speciale programma’s ingericht ter ondersteuning van de taalverwerving: een peuterspeelzaal gericht op taalontwikkeling, prismagroepen voor kinderen die korter dan een jaar in Nederland zijn en schakelklassen voor kinderen die al langer in Nederland zijn maar nog extra taalondersteuning nodig hebben. Sinds etniciteit in de gewichtenregeling als criterium voor het toekennen van extra financiering is afgeschaft, ontvangt de Regenboog een aanzienlijk lager bedrag om de taalprogramma’s te bekostigen. Het enige criterium van de gewichtenregeling is momenteel het opleidingsniveau van de ouders. Doordat het merendeel van de Poolse ouders relatief hooggeschoold is, wordt er geen hoger gewicht aan hun kinderen toegewezen en ontvangt de Regenboog geen extra financiering om bij hun de taalachterstand weg te werken.

Naast extra taalonderwijs voor kinderen verricht de Regenboog ook maatschappelijk werk: zij geven bijvoorbeeld Nederlandse les, sollicitatietrainingen en allerlei vormen van hulp aan ouders. Volgens de Regenboog kunnen dergelijke initiatieven om zeep geholpen worden doordat de gemeente externe bureaus subsidieert voor dezelfde taken. De Regenboog pleit er daarom voor dat er eerst gekeken wordt naar welke initiatieven er reeds zijn en deze eventueel gesubsidieerd of uitgebreid worden, alvorens er nieuwe projecten of beleid op wordt getuigd.

Stichting Barka

De integratie in Nederland pakt niet voor iedereen goed uit. Sommige (arbeids-)migranten raken aan lager wal en zorgen voor overlast. Stichting Barka is sinds 2012 in Nederland actief en zet zich in voor dak- en thuislozen van Midden- en Oost-Europese afkomst. Wij hebben gesproken met Magdalena Chwarscianek (coördinator van Barka Nederland) en Kasia Dojka (coördinator van team Den Haag). Volgens Stichting Barka vindt er een constante aanwas van daklozen plaats, doordat werkgevers en uitzendbureaus zowel werk als huisvesting aanbieden. Indien een werkgever geen werk meer heeft of het arbeidscontract niet verlengt, raakt de arbeidsmigrant tegelijkertijd de huisvesting kwijt. Hoewel dit niet in strijd is met de Nederlandse wetgeving, vindt Stichting Barka deze situatie inhumaan en ongewenst.

Stichting Barka stuurt bij de dak- en thuislozen aan op twee mogelijkheden. Voor dak- en thuislozen die in Nederland willen blijven en hier nog enige kans van slagen hebben, richten zij zich op integratie. Vanuit het Social Economy Centre in Utrecht wordt zowel op individueel niveau als in groepsverband training, advies en ondersteuning gegeven om de integratie te bevorderen. Bij de dak- en thuislozen die geen perspectief in Nederland meer hebben, wordt aangestuurd op terugkeer naar het land van herkomst, ‘reconnection’ genoemd. In het land van herkomst worden deze dak- en thuislozen ondergebracht bij familie, een woongemeenschap, afkickkliniek of herintegratieprogramma. Om dit te faciliteren is er wel een sterk support system nodig in het thuisland, waardoor deze aanpak niet voor iedere bevolkingsgroep mogelijk is.

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink .

Geef een reactie - uw reactie wordt naar een WRR-e-mail-adres gestuurd, van daaruit krijgt u antwoord.

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s